Revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort: missie en visie Revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort: cliëntenraad Revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort: zoeken Revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort: sitemap Revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort: links Revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort: contacteer ons
Stotteren
Lettergrootte aanpassen:  
 
 
Vlaams Fonds
 
 
Homepage > Nl > SLP-Diensten > Multidisciplinaire-Revalidatie > Stotteren

Stotteren is een stoornis in het vloeiend spreken. Terwijl onvloeiendheden eigen zijn aan de natuurlijke spraak, komen er bij stotteren duidelijk meer onvloeiendheden voor. Ze hebben daarenboven een abnormaal karakter.
Meestal ontstaat het stotteren reeds op kleuterleeftijd. Een aantal factoren kunnen stotteren uitlokken zoals verhoging van de communicatiedruk of een emotionele gebeurtenis. Een aantal factoren zijn verantwoordelijk voor het in stand houden van het stotteren zoals de pogingen die men onderneemt om eraan te ontsnappen, wat men vechtgedrag noemt. Stotteren is een combinatie van een organisch-fysiologische zwakte en aangeleerd gedrag. Drie componenten spelen een rol en beïnvloeden elkaar voortdurend: denken, voelen en spreken. Naarmate de één of andere component meer op de voorgrond treedt, onderscheiden we verschillende types van stotteren, namelijk het motorische type, het emotionele type, het cognitieve type en het linguïstische type.
Het onderzoek gebeurt door een gespecialiseerd multidisciplinair team. Op basis van deze gegevens wordt een aangepast revalidatieprogramma uitgewerkt, zowel voor kinderen als voor volwassenen.
Bij stotteren van het motorische type komt er zeer veel uitwendig stottergedrag voor terwijl er minder sterke negatieve gedachten of spreekangst optreden.
De persoon gaat dus het spreken niet uit de weg.
Wanneer het stotteren gepaard gaat met een grote spreekangst en/of stotterangst en daarbij sterk situatiegebonden of woord- en klankgebonden is, spreken we van een emotioneel type.
Wanneer de negatieve gedachten overheersen en de persoon sterk vermijdingsgedrag vertoont, spreekt men van een cognitief type. De persoon heeft meestal weinig tot zelfs geen uitwendig stottergedrag maar inwendig is het stotteren ernstig. Hij heeft een negatief beeld ontwikkeld van zichzelf als spreker en als persoon.

Bij kinderen komt vaak een linguïstische vorm voor. Vaak zijn ze enthousiast om veel te vertellen en tegelijkertijd moeten ze zoeken naar de juiste woorden en zinsconstructies.
Deze discrepantie lokt het stotteren uit. Tijdens het intakegesprek start de actieve samenwerking tussen de persoon of het kind en het gezin en het team. We beogen een grondig zicht te krijgen op de probleembeleving
van het kind of de volwassen en zijn omgeving.
Alle beïnvloedende factoren worden zo goed mogelijk in kaart gebracht, zowel uitgaande van de persoon zelf als van zijn omgeving. De verschillende kenmerken van de stottersymptomen worden nauwkeurig nagegaan. Het inwendig en het uitwendig stottergedrag worden geanalyseerd.
De differentiaaldiagnose, die op deze wijze door het team kan worden gesteld, vormt de basis van het voorbereiden van de inhoud en de organisatie van het revalidatieprogramma.
Bij kinderen wordt gedifferentieerd tussen een indirect of een direct revalidatie-programma. Wanneer na de diagnostiek wordt gekozen voor een eerder indirecte benadering zal het begeleiden van de ouders en de directe omgeving (de school) van het kind centraal staan. De omgeving speelt immers een belangrijke rol bij het verloop van het stotteren. Daarnaast staat de therapeut model voor vloeiend spreken. Hij werkt ook in op uitlokkende factoren zodat het kind minder druk ervaart bij het spreken en gestimuleerd wordt naar vloeiend spreken.

Bij een directe benadering wordt de techniek van vloeiend spreken aangeleerd en ingeoefend. Deze spreektechniek wordt dan geautomatiseerd zodat toepassing mogelijk wordt in alle omstandigheden. De therapeut maakt daarbij gebruik van enkele gedragstherapeutische principes (positieve en negatieve bekrachtigers). Dit is een leerproces gaande van gemakkelijke tot complexe spreeksituaties. Het kind verwerft positieve spreekervaringen wat een positief zelfbeeld stimuleert. Het trainen van de sociale competentie in het algemeen en in het omgaan met het stotteren vormt een belangrijk deel van het revalidatieprogramma.

In de revalidatie van volwassenen staan verschillende deelaspecten centraal, zoals het aanleren van een vloeiende spreektechniek, het verwerven van technieken om het stotteren te controleren, maar ook de integratie ervan in diverse spreeksituaties. Het toepassen van spreektechnieken zal steeds lukken in de mate dat de persoon “voldoende” zelfsturingmechanismen heeft leren ontwikkelen. Dit vereist soms herformulering tot positieve gedachten en gevoelens, afbouw van vermijdingsgedrag ... De therapeut maakt daarbij gebruik van de directe omgeving van de persoon die actief kan bijdragen tot een optimale integratie van verworvenheden in het dagelijkse leven.

Contacteer ons: revalidatiecentrum Sint-Lievenspoort
Print deze pagina Contacteer ons Contacteer ons